pudding en gisteren

Een vrouw had twee kinderen ze heetten pudding en gisteren. pudding en gisteren waren stout geweest en moetsen naar hun kamer. pudding ij tegen gisteren: IK MOET POEPEN. gisteren zij we mogen niet uit ons kamer dus poep maar uit het raam. dus poepte pudding uit het raam. toevallig liep de burgemeester op straat. en pudding poepte op de hoed van de burgemeester. de burgemeester ging naar de deur en belde. En zij: er viel iets op mijn hoofd.
Moeder: was het gisteren.
Burgemeester: nee, het was vandaag
Moeder: was het pudding.
Burgemeester: nee het was poep

Cijfer geven

Er hebben 100 personen gestemd
Aantal sterren: