de schepping

Adam en Eva besluiten op dag 6 in het paradijs een strandwandeling te maken.
Tegen de middag gaan ze onder een palmboom liggen rusten.
Als Adam zo naast Eva ligt en hij haar goddelijke lichaam bewondert, kan een reactie niet uitblijven.
Adam begint avances naar Eva te maken.
Eva blijft hier ook niet koel onder en al gauw worden de vijgenbladeren afgeworpen en volgt er een vurig liefdesspel, waarbij de vonken er vanafvliegen.
Tegen zonsondergang zijn beiden volledig bevredigd en uitgeput.
Dan stelt Eva voor om naar het paradijs-restaurant te gaan voor een hapje eten.
Meteen als Eva opstaat voelt ze alle liefdessappen langs haar benen glijden en ze zegt dan ook tegen Adam: "Wacht even, dan loop ik de zee in om me af te spoelen."
Zo gezegd, zo gedaan.
Eva loopt het water in en staat tot aan haar navel in het water, de benen enigszins gespreid en zich van geen kwaad bewust ongegeneerd haar kruis te soppen.
Plots kijkt ze op en daar God met grote boze stappen over het water aan komen lopen.
Bij Eva aangekomen, vraagt God: "Waar ben jij in MIJNnaam mee bezig?"
Eva: "Ik ben mijn muts aan het soppen, want Adam en ik hebben de hele middag liggen vrijen op het strand."
God: "Da's mooi klote, want ik heb net de vissen geschapen en hoe krijg ik nou ooit die lucht weer van die beesten af?

Cijfer geven

Er hebben 13 personen gestemd
Aantal sterren: